Toen Jan uit Amersfoort deze vraag online stelde, kreeg hij meteen advies

Toen Jan uit Amersfoort deze vraag online stelde, kreeg hij meteen advies. Toyota, Opel, Volkswagen. “Kies iets kleins,” schreef iemand. “Voor een vrouw moet het vooral makkelijk zijn.”

Jan las die zin drie keer.

Zijn vrouw Els was niet iemand die haar hele leven alleen maar “makkelijk” had gekozen. Ze had drie kinderen grootgebracht, jarenlang in een bakkerij gewerkt en daarna haar zieke zus verzorgd. Ze was altijd degene geweest die doorging.

Maar de laatste tijd werd haar wereld kleiner.

Sinds Els een lichte beroerte had gehad, durfde ze minder. Ze liep langzamer. Ze vergat soms woorden. Ze zei steeds vaker:

— Ga jij maar, Jan. Ik blijf wel thuis.

Eerst dacht hij dat ze rust nodig had. Later begreep hij dat het angst was.

Ze was bang geworden om afhankelijk te zijn. Bang om tot last te zijn. Bang dat haar leven voortaan alleen nog bestond uit de stoel bij het raam, de supermarkt om de hoek en wachten tot iemand tijd voor haar had.

Op een regenachtige avond keek Els naar buiten. Fietsers reden langs de gracht. Ze zuchtte en zei ineens:

— Weet je wat ik mis?

Jan legde de krant neer.

— Wat dan?

— Gewoon ergens heen kunnen. Zonder te vragen of iemand mij wil brengen.

Die zin bleef in zijn hoofd hangen.

De volgende dag begon Jan te zoeken. Geen luxe auto. Geen grote wagen. Een veilige, comfortabele auto met automaat, goede stoelen en hoge instap. Iets waarin Els zich niet oud zou voelen, maar vrij.

Toen hij de auto ophaalde, kocht hij gele tulpen, omdat Els altijd zei dat die de kamer wakker maakten.

Thuis vroeg hij haar mee naar buiten.

— Waarom? Het regent.

— Dan nemen we een paraplu.

Onder het afdak stond de auto. Els glimlachte beleefd.

— Heeft de buurman een nieuwe gekocht?

Jan gaf haar de sleutel.

— Nee. Jij.

Ze staarde naar zijn hand.

— Jan… ik weet niet of ik nog durf.

— Dan rijden we eerst samen. En daarna een klein stukje alleen. En als je nooit verder komt dan de markt, is dat ook goed. Maar dan kies jij tenminste zelf.

Els begon te huilen. Niet hard, maar diep. Alsof er iets loskwam wat maandenlang vast had gezeten.

Twee weken later reed ze zelf naar Soest om koffie te drinken met haar oude vriendin. Toen ze thuiskwam, stapte ze uit met rode wangen van spanning en trots.

— Ik heb scheef geparkeerd, zei ze.

Jan lachte.

— Maar je bent gegaan.

Ze knikte.

— Ja. Ik ben gegaan.

Soms is een auto geen auto. Soms is het een bewijs dat je leven nog niet voorbij is.

Wat vinden jullie?

Rate article
MagistrUm
Toen Jan uit Amersfoort deze vraag online stelde, kreeg hij meteen advies